Avontuur & Groepsreizen

De W-trek in Patagonië is dé test voor jullie vriendschap

· 5 min leestijd

Je kan samen met vrienden naar Lloret de Mar, naar een Airbnb in Portugal of voor de tiende keer naar Ibiza. Leuk, zeker. Maar geen van die reizen zet je vriendschap écht op de proef, en daarom vergeet je ze ook weer. Wie op zoek is naar een vriendenreis waar jullie over twintig jaar nog over praten, moet dit jaar eens iets anders proberen. De W-trek in Patagonië, vier dagen wandelen door een van de meest spectaculaire berglandschappen van Zuid-Amerika, doet iets wat een feestvakantie nooit kan doen.

De route in het kort

De W-trek loopt door Torres del Paine National Park in Chileens Patagonië, helemaal onderin Zuid-Amerika. De route vormt op de kaart de letter W en doorkruist drie valleien: Valle del Francés, Valle Grey en Valle Ascencio. In totaal loop je ongeveer 100 kilometer in vier tot vijf dagen. Je begint bij de iconische Torres-rotsnaalden, drie torenhoge granietpilaren die bij zonsopkomst roze oplichten, wandelt daarna door open vlaktes naar Valle del Francés met uitzicht op een hangende gletsjer, en eindigt bij het reusachtige Grey-meer waar blauwe ijsblokken van de gletsjer afbreken en rond drijven.

De dagetappes zitten tussen de zes en negen uur lopen, met een enkele extra tocht van nog eens vier uur als je helemaal naar Mirador Las Torres wilt voor zonsopgang. Je slaapt in zogenoemde refugios, eenvoudige berghutten met dorms, warme keuken en douches, of in campings waar kant-en-klare tenten op je staan te wachten. Een refugio met vol pension kost rond de 180 dollar per nacht, zelf koken in een camping houdt het op zo'n 20 dollar.

Waarom het werkt voor een vriendengroep

De meeste vriendenreizen lopen op een bepaald moment op elkaars zenuwen. Iemand wil later opstaan, een ander wil sightseeing en weer een derde wil vooral de hele dag op een terras hangen. Op de W-trek is dat probleem gewoon weg. Jullie hebben hetzelfde doel: de volgende refugio halen voor het donker wordt. Alles eromheen, restaurantkeuze, bedtijd, wie wat doet, valt daar ondergeschikt aan.

Wat ook helpt: zonder bereik loop je. In Torres del Paine is er amper telefoonsignaal, geen Instagram-check tussendoor, geen oude werkmails. Je praat uren met elkaar, terwijl jullie over losse stenen en door stevige wind klimmen. Vrienden zien elkaar op hun moeilijkste moment (uitgeput, vies, jankend van het landschap), en dat maakt iets los wat een citytrip nooit gaat doen. Wie de dynamiek vooraf goed wil regelen, vindt praktische handvatten in ons artikel over op reis gaan met vrienden.

En eerlijk: een trekking als deze maakt jullie ook gewoon stoere verhalen. Wie thuiskomt met foto's van de Torres-rotsnaalden om zes uur 's ochtends, in het roze licht, heeft voor het komende jaar genoeg verteld op elk feestje. Vergelijk dat maar eens met het zoveelste strandkiekje uit Mallorca.

Wat je vooraf moet regelen

Dit is geen reis waar je vrijdag nog even een ticket voor regelt. Het park werkt met strikte reserveringen: elke nacht in een refugio of op een camping moet je vooraf boeken, wildkamperen is verboden. De accommodaties zijn in handen van twee verschillende partijen (Fantástico Sur en Vertice Patagonia), dus je reserveert verspreid en niet bij één loket. Begin minstens zes maanden van tevoren, zeker voor de populairste nachten rond Torres Base. De beste slots zijn vaak eind november al weg voor het daaropvolgende zuidelijke zomerseizoen.

Fysiek hoef je geen bergbeklimmer te zijn, maar een basisconditie is echt nodig. Je loopt dagen lang met een rugzak, soms door harde windstoten en over rotsige paden. Begin twee à drie maanden van tevoren met serieus wandelen, bij voorkeur op de schoenen die je meeneemt. Is jullie vriendengroep ongelijk qua conditie? Maak dat vooraf bespreekbaar, want de trageste bepaalt op zo'n trek het tempo van de hele groep.

Qua uitrusting: goede waterdichte wandelschoenen, een regenjas die ook écht droog houdt, laagjes voor kou én warmte (overdag haalt het soms 20 graden, 's nachts kan het rond het vriespunt zakken), en een rugzak van 35 tot 45 liter. Slaapzak mag thuisblijven als je refugios boekt met beddengoed. Een uv-bril en stevige zonnebrand niet vergeten, de wind en de zon werken in Patagonië samen om je huid te slopen. Een compleet overzicht van wat echt in je tas moet vind je in onze paklijst voor reizen.

De beste periode om te gaan

Het wandelseizoen loopt van november tot april, de zuidelijke zomer. December en januari zijn het warmst en drukst, met lange daglichten en temperaturen boven de 15 graden. Nadeel: de refugios zitten dan helemaal vol en het pad naar Torres Base is rond zonsopkomst een stoet aan hoofdlampen. November, maart en begin april zijn rustiger, met nog steeds goed weer maar aanzienlijk minder wandelaars. Voor groepen is buiten de piek boeken meestal de slimste keuze. Check altijd het actuele reisadvies voor Chili voordat je vliegt.

Eén waarschuwing: de wind. Patagonië staat erom bekend dat de wind je letterlijk van een pad kan blazen, zeker in november en december. Reken op dagen met windstoten van 80 tot 100 kilometer per uur. Dat is onderdeel van het verhaal, en waarschijnlijk een van de momenten waar jullie later het hardst om lachen. Voor een iets zachtere avontuurreis binnen Europa kun je trouwens ook eens kijken naar Albanië als groepsreisbestemming, al haalt dat de intensiteit van de W-trek niet.

Dit haal je er echt uit

Een strand-vriendenvakantie vervaagt snel. De foto's op je telefoon blader je even door, en dat is het. De W-trek blijft alleen al in je benen hangen. Jullie liepen samen 100 kilometer, deelden een klamme slaapkamer in een refugio, stonden naast elkaar te hijgen bij de laatste klim en zagen elkaar breken en weer opkrabbelen. Dat is vriendschap op een niveau dat niet in elke vakantie zit. En hoe pijnlijk goed die blaren ook zijn, daar kom je alleen mee terug met mensen waarvan je zeker weet dat jullie dit samen aankunnen. Als dat lukt, heb je geen nieuwe vakantie meer nodig om te weten wie je échte vrienden zijn.

K
Geschreven door Kai Bergman Avonturier & reisverslaggever

Kai backpackte na zijn studie drie jaar over vier continenten en leerde dat de beste reiservaringen zelden in een reisgids staan. Hij financierde zijn reizen met baantjes als surfleraar, hostelmedewerker en toeristengids, en verzamelde genoeg verhalen voor een heel boekenplank. Terug in Nederland begon hij te schrijven over avontuurlijk reizen met een nadruk op ervaringen boven luxe. Kai is het type dat in een land aankomt zonder hotel maar met een lijst lokale restaurants. Hij schrijft eerlijk over de minder glamoureuze kanten van reizen, want een verhaal over voedselvergiftiging in Peru is achteraf altijd grappiger dan het op dat moment was.